Je DNA laten testen bij de apotheek (2): is er een dokter in de zaal?

Farmacogenetica: Het is ongelooflijk wat er allemaal al mogelijk is. Het is nog ongelooflijker dat dat niet al op grotere schaal gebeurt. Hoe kán dat nou toch?

Dat is leuk: Liset van Dijk (dr. ir. en Programmaleider Farmaceutische zorg bij het NIVEL en die ik ken uit de tijd dat ik zelf nog als wetenschapsvoorlichter bij het NIVEL werkte) zette onder deel 1 van mijn meta-artikel al meteen een nuttige link naar een congres. Dat al voorbij is, dus ik ben er niet geweest. Maar gelukkig staat er een heleboel online.

Welk congres?

Het vijfde jaarlijkse ZonMw Congres Goed Gebruik Geneesmiddelen: ‘Kennis van nu = inspiratie voor morgen’ (6 april 2017). Een van de sessies ging  over de Implementatie van farmacogenetica. Precies waarover ik denk dat het artikel zou moeten gaan dat ik voorlopig niet ga schrijven.

Wat staat er op de website van ZonMw over die sessie?

Dat staat hier. Maar ik zal het even samenvatten.

  1. Er zat geen enkele praktiserend arts de zaal, vrijwel iedereen heeft een apothekersachtergrond.
    Dat klopt dus met wat ik op grond van mijn research-en-belrondje van een paar jaar geleden al dacht.  Jammer wel, maar het zegt natuurlijk niet alles: misschien zijn er toch wel allerlei mensen uit andere beroepsgroepen actief op dit onderwerp, maar zaten ze gewoon niet bij dit congres. Je kunt niet overal zijn.
  2. We kunnen goed genetisch testen in Nederland. Volgens spreker en ziekenhuisapotheker Jesse Swen (LUMC) heeft Nederland vergeleken bij het buitenland relatief veel gecertificeerde labs en neemt de vraag van artsen om genetische tests toe. Zouden daar cijfers over zijn?
  3. Nederlandse apothekers zijn er helemaal klaar voor! Swen bevestigt ook wat ik een paar jaar geleden al hoorde: hoe ontzettend ver de Nederlandse apothekers al zijn met het verwerken van de resultaten van farmacogenetische tests in het geven van individuele medicatie-adviezen aan patiënten en hun artsen. “Swens collega’s in andere landen zijn ‘jaloers’ op een fenomeen als de farmacogenetica-werkgroep van de KNMP, die systematisch actueel onderzoek omzet in concrete klinische adviezen. ‘Alle informatie is via de database direct toegankelijk voor elke apotheker en elke dokter: voer een genotypering in en je krijgt meteen een advies over bijvoorbeeld de beste dosering. Bovendien staat alle informatie ook in het Farmacotherapeutisch Kompas.’” staat in het congresverslag bij ZonMW. Ja, het is eigenlijk ongelooflijk wat er al mogelijk is en het is nog ongelooflijker dat er zo weinig gebruik van gemaakt wordt in de patiëntenzorg. Ik zou wel eens willen uitzoeken hoeveel van de jaarlijkse ziekenhuisopnames wegens ongewenste effecten van medicatie (waaronder medicatiefouten) te voorkomen geweest zouden zijn als van die mensen bekend was geweest wat hun gentypering was (en ja, dat is jargon. Dat begrip ga ik nog eens netjes uitleggen).
  4. Een paar sterke voorbeelden van waar farmacogenetica nuttig bij is: het voorspellen van ernstige nierschade bij kinderen die na een transplantatie zware medicijnen krijgen (Saskia de Wildt), gerichte medicatie bij botkanker bij kinderen (Marieke Coenen) en erfelijke verschillen in de reactie op behandeling van diabetes type 2 (Leen ’t Hart). Allemaal voorbeelden die ik niet ken. En er zijn er vast nog wel meer.
  5. Er is bijscholing nodig! “Het panel met de sprekers constateert een grote behoefte aan scholing over farmacogenetica, zowel bij (aankomend) artsen als onder apothekers. Wetenschappelijke artikelen zijn niet genoeg.”  We zouden ook patiënten moeten bijscholen!  Die moeten toch steeds meer de regie over hun eigen zorg nemen?
  6. Betrekken van artsen (en patiënten) bij het opstellen van richtlijnen is nodig. “De Wildt: ‘Nog een stap verder zou het betrekken van patiënten zijn. Als zij hun arts om genotypering gaan vragen, kan het wel eens veel sneller gaan.’” Dat is weer Saskia de Wildt, hoogleraar Klinische farmacologie aan de Radboud Universiteit. Daar zou ik eens mee gaan praten als ik dit artikel zou gaan schrijven. En ja, ook omdat ik vind dat er veel vrouwen geïnterviewd moeten worden over wetenschap en techniek.
  7. Genotypering wordt standaard! Alleen over het tempo verschillen de meningen, “Directeur Dianda Veldman van Patiëntenfederatie Nederland vanuit de zaal: ‘Ik zie een mooie gezamenlijke actie voor me van de KNMP en ons. Hoe kunnen we mensen samen beter informeren? Iedereen heeft immers baat bij een zo goed mogelijke dosering, niet alleen patiënten met een heel speciale aandoening.’” Wat houdt ze tegen, dat zou nog steeds mijn vraag zijn. Waardóór gaat het zo langzaam? En kan het eigenlijk wel sneller?
  8. Er is een Europees project, dat  U-PGx heet, dat werkt aan het implementeren van farmacogenetische tests in de klinische praktijk. Daar moet ik eens wat over lezen. Die tip gaf Liset trouwens ook.

wordt vervolgd!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *